Laatste jaar om gebruik te maken van de RVU-regeling
Dit kalenderjaar is voorlopig de laatste kans voor medewerkers om afspraken te maken over de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Deze regeling is namelijk tijdelijk en geldt vooralsnog alleen voor specifieke beroepsgroepen die onder de categorie ‘zware beroepen’ vallen. Het werken in het onderwijs en/of kinderopvang wordt op dit moment niet als een zwaar beroep aangemerkt.
Overigens is de tijdelijke drempelvrijstelling voor de RVU-regeling in 2025 maximaal € 81.828,-. Dit betekent dat een werkgever medewerkers een vervroegde uittredingsregeling kan aanbieden zonder de pseudo-eindheffing van 52% te betalen, zolang het uitgekeerde bedrag onder deze grens blijft. Omgerekend komt dit neer op € 2.273,- per maand.
Voorwaarden voor de RVU-drempelvrijstelling
Om in aanmerking te komen voor de drempelvrijstelling, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
• De uitkering mag maximaal 36 maanden vóór de AOW-leeftijd van de medewerker ingaan. Als de uitkering op een later moment start, geldt de vrijstelling alleen voor de resterende maanden.
• De RVU-vrijstelling is maximaal het bedrag dat – na aftrek van loonbelasting en premies volksverzekeringen – overeenkomt met de netto AOW-uitkering voor alleenstaanden per 1 januari van het uitkeringsjaar.
• De beëindigingsovereenkomst moet uiterlijk op 31 december 2025 zijn getekend, waarbij de medewerker op het moment van ingang maximaal 36 maanden verwijderd is van de AOW-leeftijd.